БЪЛГАРСКИ | 中文 | ČECHOSLOVÁK | NEDERLANDS | ENGLISH | ESTONIAN | FRANÇAIS | DEUTSCH | 한국어 | LIETUVIŲ | POLSKI | PORTUGUÊS | ROMÂNĂ | РОССИЯ | ESPAÑOL | SVENSKA | தமிழ் | TIẾNG VIỆT | JUGOSLAVENSKI

Dreams

testimonials
books

Messages from God for His People

For a FREE copy of Messages from God for His People, click here

Messages from God for His People

For a FREE copy of the TRUTH, the whole TRUTH, and nothing but the TRUTH, click here

Creeping Compromise

For a FREE copy of Creeping Compromise, click here




Current visitors

First-time visitors



 

DE NIEUWE AARDE

14 september 2007

door Ernie Knoll

www.formypeople.org


Mijn droom begint in de ruimte waar ik net een planeet in een verre melkweg heb bezocht. Ik vlieg zeer snel, miljarden lichtjaren in luttele gedachte microseconden overbruggend, naar huis — de Nieuwe Aarde. De snelheid waarmee ik reis kan niet worden begrepen door onze huidige manier van denken. Reizen door het universum lijkt zeer eenvoudig, sinds ik merk het is aangelegd in concentrische cirkels en ik onderweg ben naar het midden van al die cirkels. Als de Nieuwe Aarde in beeld komt, zie ik hoe het vernieuwd is, samen met de omliggende planeten.

Als ik de enorme vallei nader uiterst links van de stad, minder ik snelheid en raken mijn voeten zachtjes de grond. Ik ga naar mijn landhuis, een pad opwandelend dat ik gemaakt heb met wat aanvoelt als gladde maar zachte rotsen. Links en rechts zie ik de vele bomen die ik lang geleden geplant heb. Achter de bomen aan de rechterkant liggen gras- en bloemenvelden. De geur van de bomen, gras en bloemen kan niet onopgemerkt gaan. Aan de linkerkant zie ik dat ik doorzichtige rotsplaten heb gebruikt om panelen voor een lange, tweeëneenhalve meter hoge aquarium te maken dat gevuld is met veel vissen. Als de bladeren van de bomen de bovenkant van het water in het aquarium aanraken, eten de vissen de bladeren.

Als ik naar mijn huis kijk, dat gebouwd is in de zijkant van een heuvel die voor een berg staat, realiseer ik me dat ik ook grote doorzichtige rotsplaten heb gebruikt om de muren en het dak te maken. Veel van de platen zijn niet plat maar vorm gegeven door de manier waarop die ik ze over elkaar gedrapeerd heb. Hierdoor kan water uit een beek boven over het dak van het huis heen langs de kant van de muur in het aquarium stromen. Het uiteinde van het aquarium is gebouwd met een overloop dat een beek vormt die in de vallei beneden uitmondt.

Wanneer ik mijn huis bereik, merk ik dat er aan de bovenkant van de deur een bord hangt en hierop mijn hemelse naam staat. Bij binnenkomst word ik verwelkomd door een huisdier die ik heb. Hij heeft grote ronde ogen en lang golvende vacht die zeer zacht aanvoelt. Aan de zijkanten van zijn nek en onder zijn oren heeft ie iets dat op kieuwen lijken die droog en enigszins bedekt zijn met vacht. Hij loopt op vier poten naar me toe, gaat dan op zijn achterpoten staan en zegt één woord om mij te informeren dat hij graag zijn speciale traktatie wil die ik voor hem maak. Ik realiseer me dat ik hem eenvoudige woorden heb leren zeggen. Ik zeg hem met mij mee te komen en we lopen naar buiten naar een boomgaard. Als we dichterbij komen zie ik een speciaal hoog grassoort dat er groeit. Mijn huisdier vliegt naar een laag boomtak om naar me te kijken. Hij fluit een prachtig lied terwijl hij via zijn kieuwen neuriët. Het neuriën is een basgeluid dat de hogere fluitende geluiden complimenteert. Ik strek mijn hand langs de stengel van een plant om wat er uitzien als zaadpeulen, er vanaf te trekken. Terwijl ik de peulen vasthou, zie ik ze aanzwellen tot kersenvormige traktaties. Mijn huisdier springt uit de boom en staat luid neuriënd naast me. Ik houd mijn hand voor hem en hij reikt met zijn poten naar de traktaties. Elke poot heeft verscheidene zachte tenen met wat eruit zien als kleine zuignappen op de uiteinden. Terwijl hij de traktaties eet zegt hij "lekker".

Ik loop nu terug naar mijn huis en mijn huisdier volgt me rechtop lopend. Onderweg groet mijn buurman me en we praten een poosje. Hij vraagt waar ik naartoe ben geweest en wat ik daar heb gezien. Hij zegt dat hij daar spoedig naartoe wilt en vertelt me waar hij bezocht had en beschrijft wat hij heeft gezien. We beëindigen ons bezoek en vertellen elkaar dat het tijd is om ons klaar te maken. Ik ga mijn huis binnen waar ik een tijdje een aantal dingen doe.

Ik verlaat nu mijn huis en begin het pad af te wandelen. Ik stop om een paar bladeren van een boom te trekken die over mijn aquarium staat. Ik versnipper de bladeren tot kleine stukjes. Voorover buigend strooi ik ze over het water en kijk toe terwijl de vissen rond zwemmen en de stukjes bladeren eten. Ik draai me nu en ga verder het pad af. Als ik recht voor me uitkijk, merk ik dat ik de bomen zo heb bewerkt dat ze een kader vormen rondom een zicht van een berg met een waterval die neer komt in een groot meer beneden. Dit meer vormt kleine beekjes die verschillende richtingen uitgaan.

Ik loop verder het pad af naar het einde ervan. Ik kijk links. Ik zie de enorme stad met de mooie muren die van binnenuit verlicht worden. Ze glinsteren met een schoonheid die ik met geen woorden kan beschrijven. Terwijl ik een tijdje onderweg ben naar de stad, geniet ik van de paden langs weiden, door bomen, prachtig hoog gras en bloemen met ontelbare vormen en kleuren. Veel vogels van verschillende vormen en kleuren zijn aan het vliegen en zingen. Velen vliegen op uit het hoge gras als ik eraan kom. Ik zie heel veel verschillende dieren. Sommige herken ik van de oude aarde, maar er zijn zo veel nieuwe dieren van verschillende groottes. Ik verwonder me over al het leven dat ik zie. Alles is fris en nieuw, maar groter dan ik ooit dacht dat het zou zijn. Ik heb constant het gevoel overweldigd te worden door alles dat ik zie.

Als ik verder ga zie ik zo veel andere huizen die gebouwd zijn in dit enorme gebied dat niet lijkt te eindigen. Om een beter beeld van de enorme stad voor me te krijgen, besluit ik te gaan vliegen en stijg nu hoog boven de grond. Ik begrijp dat de grootte van elk van de vier muren ongeveer 2,500 kilometers lang te zijn. De hoogte van de muur is ongeveer 91 meter. De wanden zijn niet zo breed als de balken die bovenop de muur staan en die van de ene pijler naar de andere gaat. De balken en de pijlers zijn doorzichtig en hebben dezelfde breedte. De pijlers zijn enorm in afmeting. Als ik de scène bekijk, word ik overweldigd door de grote omvang van alles.

Vele andere mensen vliegen of lopen naar de poort van de stad. Als ik de muur nader weet ik dat deze opening het midden van de westelijke muur is. Ik realiseer me dat zich aan de rechterkant een heel eind weg een andere opening bevindt evenals aan de linkerkant. Ik weet ook dat de noordelijke, zuidelijke en oostelijke muren op dezelfde manier zijn opgebouwd als de westelijke muur. Als ik in de buurt van de poort kom merk ik er niet langer een bewaker is. Ik land en ga naar binnen. Recht voor me aan mijn rechterzijde is de tempel waar ik een korte tijd was voordat alles vernieuwd werd. Ik ga naar links en merk dat de straten doorzichtig zijn maar met een enigszins gele tint. Ik kan er toch helemaal doorheen kijken. Er zijn vele gebouwen en verschillende bomen. Bloemen en gras flankeren de straten. Ik zie verschillende vormen van dieren, vogels, en zo veel mensen. We zijn nu allemaal dichtbij dezelfde lengte als de langste mensen die ik in de hemel zag. Overal zijn er engelen. Kleinere trottoirs strekken zich uit vanaf de straten en zijn gemaakt van dezelfde doorzichtige stof. Terwijl ik langs een van de trottoirs wandel, merk ik dat kleinere trottoirs naar grote prachtige gebouwen leiden. Deze huizen zijn verschillend gebouwd voor elk individu. Ik kan de architectuur niet beschrijven.

Doorlopend over flink een afstand blijf ik genieten van alles wat ik zie, ruik en hoor. Na een tijdje draai ik me en loop via een kleine trottoir naar mijn huis in de stad. Ik vind dat ik een overweldigend gevoel heb over de mijne. Ik stop en kijk vol ontzag naar het grote huis dat voor mij werd gemaakt. Als ik rechtdoor kijk, zie ik wat lijkt op een entree met een dak en muren. Over de bovenkant van de eerste muur hangt een zeer grote rechthoekige diamant. Hierin is mijn hemelse naam gegraveerd die gloeit en glinstert. Voorbij dit dak en muren zijn er andere kleinere daken en muren, vervolgens meer en meer. Dit gaat zo door totdat ik mijn huis binnen loop. Er is geen deur. Ik merk hoe elk van de kamers binnenin elke kamer mijn kroon die op een plank staat omkadert. Ik vind wat alleen kan worden beschreven als een groot deel van de muur dat verwijderd is en vervolgens recht in een ander muur is geschoven om een plank te vormen. Als ik naar mijn kroon kijk realiseer ik me dat het is helemaal niet is zoals ik dacht dat het zou zijn. Het is gemaakt van veel verschillende metalen en mooie stenen zijn erin verwerkt. Ik zie ook wat ik alleen als leer en bont kan omschrijven, alhoewel ik weet dat dat niet kan. Ik herinner me toen Jesus de eerste keer mijn kroon op mijn hoofd plaatste, het was toen veel kleiner maar is nu groter geworden aangezien ik gegroeid ben tot de grootte die ik ben.

Ik kijk nu naar links en aan de muur hangt mijn gewaad. Het is lang met touwen hangend aan de kraag. Het is moeilijk te beschrijven. Twee engelen komen nu binnen en vragen of ze mij kunnen helpen bij het aantrekken van mijn gewaad. Ik antwoord hen en zij tillen het gewaad van de kleerhanger en plaatsen het rond mijn schouders. Ik vind het interessant dat het gewaad niets weegt. Eén van de engelen loopt naar mijn kroon en vraagt: "Mag ik u uw kroon brengen?" Ik antwoord hem en hij loopt en plaatst mijn kroon op mijn hoofd. Ik merk dat mijn kroon eveneens niets weegt. We kijken elkaar aan en glimlachen omdat wij de betekenis van de kroon en de mantel weten. De engelen zeggen hoeveel ze het waarderen te hebben geholpen met mijn gewaad en kroon. Ik vertel hen hoeveel ik alles waardeer dat ze voor mij hebben gedaan. Ik zeg dat het tijd is om op bezoek te gaan. Wij zijn enthousiast en hebben een gevoel van grote anticipatie.

We gaan mijn huis uit en beginnen te lopen. We weten dat we een grote afstand moeten afleggen omdat we elkaar aan de verre oostelijke kant van de grote stad gaan ontmoeten. We besluiten om te vliegen en nauwelijks stijgen we van de grond of we al  aan de oostelijke kant neerdalen. Ik sta nu in een perfect vierkant aan de voorkant van een groot platform met anderen zoals ik. In de lucht boven ons is een ontelbare massa engelen. Aan beide zijden en achter ons is een grote menigte engelen op zo’n manier gerangschikt voor harmonisch zingen. Achter deze groepen engelen staat een grote menigte mensen die niet kan worden geteld. Ik kijk toe hoe een engel van zulks grandeur en edel uiterlijk naar het midden van het podium loopt. Ik kijk toe hoe God de Vader en Jezus vanaf de linkerkant van het podium naar het midden lopen. De Vader gaat zitten en vervolgens gaat Jezus aan de rechterhand van de Vader zitten. (Ik kan de fysieke vorm van de Vader in deze droom niet zien, maar ik weet dat Hij het is. Wat ik wel zie is een zeer helder licht.) De engel in het midden van het platform zingt een noot. Plotseling doen de engelen links met hun stemmen mee, dan de engelen rechts, en vervolgens de engelen achter ons. Vervolgens doen de engelen boven ons mee, dan wij ‘die ze zijn’, dan de grote menigte mensen. We pauzeren tijdens het refrein en horen het gezang van velen overal in het universum. Na het refrein doen we allemaal als een eenheid mee. Het is een zeer gelukkig Sabbat.

[Opmerking: Ik ontwaakte met grote teleurstelling uit deze droom maar toch met een gevoel van zo’n blijdschap dat kan niet worden beschreven. Ik realiseer me nu waarom wij “ernaar moeten streven deel uit te maken van de 144.000”.]